Kunststromingen
Related: art - Nederlands
Bron: De Kunstkijker
Romantiek
1780 - 1850 in Frankrijk, Duitsland, Engeland.
Schilderkunst, architectuur, beeldhouwkunst (sculptuur)
Op het eind van de 18e eeuw ontstond in de kunst een stroming van kunstenaars die zich meer lieten leiden door het gevoel dan door het verstand. Zij lieten zich inspireren door Middeleeuwse verhalen, exotische taferelen, eigentijdse avonturen en heldendaden, de grootsheid van de natuur, en de wereld van de droom. In Engeland werkten enkele opmerkelijke kunstenaars die door hun vlotte penseeltoets en het feit dat zij buiten vaak (olieverf)schetsen maakten, beschouwd kunnen worden als voorlopers van de impressionisten.
Niet zozeer het gebruik van de beeldaspecten bepaalt de herkenning van een Romantisch kunstwerk als wel de onderwerpkeuze. Kunstenaars lieten zich meer leiden door het gevoel dan door het verstand.
De Romantische kunstenaar laat zich leiden door zijn gevoel. Hij trekt zich terug in de natuur of reist naar verre landen .
Ben je met de school in Londen op excursie, ga dan zeker kijken naar Turner en Constable in de eigen collectie van de National Gallery! http://www.nationalgallery.org.uk/
Realisme
1850 - 1875 in Parijs, Frankrijk
Rond 1850 waren er schilders in Frankrijk die zich aangetrokken voelden tot het leven op het land. Zij vestigden zich in Barbizon, een dorp 70 km. Van Parijs. Daar werd buiten getekend en geaquarelleerd. Olieverfwerk kwam nog steeds uit het atelier. Uit deze 'school van Barbizon' kwam het Realisme voort. Haar voorman was Courbet . Men verwierp idealistische onderwerpen, academische schilderstrant en hooggestemde onderwerpen .Men wilde de eigentijdse werkelijkheid, en met name de gewone (arbeiders)mens weergeven.
Men pakte onderwerpen die sloegen op het dagelijks leven.Men idealiseerde niet. De realisten hanteerden een niet glad gemaakte, wat grove techniek, en men werkte vaak op groot formaat.
We zien de kunstenaars van het Realisme als de eerste provocateurs en avant-gardisten! Door hun opzienbarende uitgangspunten moesten de Realisten optornen tegen een storm van kritiek. Voorman Courbet werd door critici met de grond gelijk gemaakt wegens zijn schokkende schilderijen en uitspraken.
De bekende schilderijen van Courbet en andere realisten vind je in het Musée d'Orsay in Parijs. In de collecties van de meeste Nederlandse musea is ook wel een Courbet te vinden.
Rügen van Friedrich: de mens staat centraal, de natuur inspireert
De Arenleesters van Millet: [1], de eigentijdse werkelijkheid van de gewone arbeidersmens weergeven, wars van mythologie, een soort sociaal realisme.
Wat wilden de realisten weergeven?
Stromingen in literatuur: bron http://leerlingen.hetassink.nl/nederlands/stromingen/20ste%20eeuw/20ste-eeuw.htm
2.1. Het naturalisme in de beeldende kunst
Het woord 'naturalisme' in de beeldende kunst heeft niet die speciale betekenis als dat in de literatuur. In de beeldende kunst noemt men de realistische kunst in de tweede helft van de 19e eeuw 'naturalistisch'. De belangrijke Franse kunstschilder Gustave Courbet (1819-1877) schilderde steeds meer 'naar de natuur', dat wil zeggen: realistisch juist, zonder classicistisch 'standjes' en zonder romantisch-idyllische voorstellingen. Hij noemde zichzelf een 'naturalist'. Zijn schilderijen vond men soms schokkend, omdat ze ook naakte en seksuele voorstellingen 'te' realistisch afbeeldden volgens critici uit die tijd. Dit nieuwe realistische werk beïnvloedde de impressionisten. Andere realistische schilders uit die tijd vernieuwden het realisme door ook de zwarte werkelijkheid uit te beelden. Geen prachtig of idyllisch korenveld werd geschilderd, maar een realistische afbeelding van het agrarisch bedrijf en doodsarmoedige arenraapsters die moeten leven van de restjes, achtergelaten door de boeren. In zoverre beïnvloedde dit soort 'naturalistisch' werk ook het latere expressionisme. Vergelijk het schilderij De arenleesters (1857) van Jean-Francois Millet (1814-1875) met de Spittende boerenvrouwen van Vincent van Gogh. Beiden schilderden armoede. Verschil: Millet fotografeert, legt de zintuiglijk waargenomen armoede wetenschappelijk nauwkeurig vast, Van Gogh deformeert de werkelijkheid om beter uitdrukking te kunnen geven aan zijn idee. Daarmee is de impressionist van Gogh bovendien een voorloper van het expressionisme. Bekende 'naturalistische' schilders waren verder de Amerikanen Thomas Eakins(1844-1916) en Winslow Homer (1826-1910).
2.2. Het naturalisme in de letterkunde
Oplossing vragen: 1) Laten zien hoezeer de mens afhankelijk is van opvoeding, milieu en erfelijkheid, 2) de roman een wetenschappelijke basis geven, 3/ het was een verder uitwerking van het realisme, een donker realisme.
Vlaamse naturalisten: Stijn Streuvels en Cyriel Buysse
Het naturalisme is een stroming in de letterkunde.
(Naar: Dautzenberg, 'Nederlandse literatuur', Malmberg, Den Bosch, 1994) Evenals het impressionisme is het naturalisme een verdere uitwerking van het realisme. Onder de invloed van de exacte wetenschappen, de ontwikkelingspsychologie en maatschappelijke bewegingen wilde men de roman een soort 'wetenschappelijke' basis geven. Men wilde niet slechts -zoals in het realisme - laten zien hoe het leven van de mens was, maar ook en vooral hoe hij zo geworden was. Evenals in de wetenschap meende men in het leven van de mens een soort determinisme te zien. Het leven leek te worden bepaald door drie factoren: de tijd waarin men leeft, het milieu waarin men opgroeit en de daarmee gepaard gaande opvoeding; en vooral ook: de erfelijke aanleg die men heeft, zich uitend bijvoorbeeld in bepaalde karaktereigenschappen en fysieke talenten en beperkingen. In hun romans probeerden de naturalisten te laten zien hoezeer de mens van deze drie factoren, kortweg opvoeding, erfelijkheid en milieu, afhankelijk is.
Zo schreven ze familieromans - vaak in vele delen - waarin een familie gedurende generaties gevolgd werd en waarin op die manier de invloed van die factoren kon worden getoond.
Een ander type was de 'ontwikkelingsroman' (Bildungsroman) waarin het proces van kind naar volwassene werd beschreven, de 'psychologische' roman, waarin ze vooral mensen toonden die het om de een of andere reden psychisch moeilijk hadden. (Marcellus Emants, Een nagelaten bekentenis).
Ook schreef men 'sociale romans' waarin men kon laten zien hoezeer de mens gevormd werd door zijn plaats op de maatschappelijke ladder. Deze laatste hadden vaak een maatschappelijk doel: veel van die naturalisten waren socialisten en hoopten met hun boeken het lot van de arbeider te verzachten. (A.M. de Jong, Merijntje Gijsens jeugd.)
2.2.1. Lodewijk van Deijssel en anderen
De roman Een liefde van Lodewijk van Deijssel (1864-1952) is de eerste naturalistische roman in de Nederlandse literatuur. Zij beschrijft het huwelijksleven van Mathilde de Stuwen die haar man Josef een grote liefde toedraagt. Helaas mislukt het huwelijk omdat de liefde niet wederzijds blijkt te zijn. Lodewijk van Deyssel beoefende hartstochtelijk de impressionistische beschrijvingskunst. De overvloed aan beschrijvende bepalingen wordt wel vergeleken met de analyserende wijze van schilderen van de pointillisten. De precieze manier van schrijven door de impressionistische auteurs past wel in sommige naturalistische romans, waar de auteur grote moeite doet om een exacte weergave te geven van alle nuances in iemands gedachte- en gevoelsleven. Veel van dit naturalistisch werk is onleesbaar door de overmaat aan woordkunst. Een auteur als Isaäc Querido is niet meer te genieten voor lezers van nu.
Naturalisten wilden de realiteit uiterst precies beschrijven, wat hen er ook toe bracht seks te beschrijven, misdaad, armoede en pathologische gevallen. Zie: Een Fragment uit Van Deyssels roman Een liefde (1888)
2.2.2. Marcellus Emants en anderen
Naturalisten in onze letterkunde zoals Louis Couperus maken graag gebruik van impressionistische schrijftechnieken. Dat deze stijl niet wezenlijk is voor het naturalisme blijkt wel uit het werk van misschien wel onze grootste auteur in dit genre, Marcellus Emants (1848-1923). Zie het begin van Een nagelaten bekentenis (1894). Het boek doet veel denken aan dat van Van Deyssel. Het accent ligt minder op de beschrijving van uiterlijkheden dan wel op handeling en reflexie.
Een andere bekende naturalistische roman is Pijpelijntjes van Jacob Israel de Haan, heruitgegeven in 1974 en 1981 (Uitg. Peter van der Velden, Amsterdam 1981). Ook de socialistische toneelschrijver Herman Heijermans wordt met sommige werken, zoals het beroemde Op hoop van zegen, tot het naturalisme gerekend.
2.3. Het fatalisme
Over het algemeen kan men zeggen dat de naturalistische romans heel somber en pessimistisch zijn. Het leven wordt vaak voorgesteld als uitzichtloos, de menselijke aard als geneigd tot het kwade, de maatschappij als een jungle waar ieder vecht voor zichzelf. De achtergrond van dit alles is het fatalisme, de opvatting dat het leven van de mens geheel bepaald wordt door het noodlot (het 'fatum') en dat een vrije wil niet bestaat. Deze opvatting is al heel oud, maar kreeg in het naturalisme een modern, want wetenschappelijk tintje. Het noodlot was voor de naturalisten niet iets geheimzinnigs buiten de mens, of van bovennatuurlijke aard, maar iets wat in de menselijke soort zelf verankerd ligt: het milieu waarin de mens opgroeit, de tijd waarin hij leeft, alles wat hij erft van zijn ouders. Het naturalisme vond in zijn tijd geen al te gunstig onthaal: velen vonden het socialistische oproerkraaierij en de grote nadruk op onderbewuste gevoelens, met name seksuele, leidde regelmatig tot juridische acties. Van Deyssel kuiste zijn roman Een liefde voor de tweede druk (1899) voor alle zekerheid vrijwillig.
2.3.1. Arthur van Schendel en anderen
De auteur Arthur van Schendel begon als een neoromantisch fin-de-siècle auteur met beroemde 'Italiaanse' romans als Een zwerver verliefd en Een zwerver verdwaald, maar op iets latere leeftijd schreef hij in toenemende mate realistische en zelfs naturalistische 'Hollandse' romans zoals De waterman (1933) en vooral de noodlotsroman Een Hollands drama (1935). De latere Arthur van Schendel werd door de schrijvers van de Nieuwe Zakelijkheid rond het tijdschrift Forum hogelijk gewaardeerd.
Ook J. van Oudshoorn met de zwarte noodlotsroman Willem Mertens levensspiegel (1914) en het iets ironischer Tobias en de dood (1925) wordt tot de naturalisten gerekend. Ook moderne schrijvers als Mensje van Keulen en Renate Dorrestein vertonen soms wat naturalistische trekjes.De belangrijkste buitenlandse vertegenwoordiger van het naturalisme is Emile Zola (1840-1902) met zijn grote romancyclus Les Rougon-Macquart. Zola wordt wel "de vader van het naturalisme" genoemd. Een bekende Vlaamse naturalist is Cyriel Buysse (1859-1936).
Cyriel Buysse (1859-1936)
Cyriel baron Buysse (Nevele, 20 september 1859 - Afsnee, 25 juli 1932) was een Vlaams naturalistisch schrijver.
Buysse doorliep de atheneum te Gent en hielp zo nu en dan zijn vader in de cichoreifabriek. In 1893 was hij medestichter van Van Nu en Straks. Op 1 oktober 1896 trouwde hij met de Nederlandse weduwe Nelly Dyserinck en verbleef regelmatig in Den Haag. Daar stichtte hij in 1903 Groot Nederland, samen met Louis Couperus en Willem Gerard van Nouhuys. Nadien kwam hij weer lange periodes in Vlaanderen doorbrengen, vooral in Afsnee en Deurle.
Op aanraden van zijn tante, de schrijfster Virginie Loveling, begon hij op zijn zesentwintigste te schrijven. Hij werd gezien als naturalistisch schrijver (Het recht van de sterkste en De Biezenstekker) met als voorbeeld de Franse schrijvers Emile Zola en Guy De Maupassant.
In 1930 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde en in 1932, enkele dagen voor zijn dood, ontving hij de titel van baron.
Cyriel baron Buysse eindigde in 2005 op nr. 81 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg. --http://nl.wikipedia.org/wiki/Cyriel_Buysse [Feb 2007]
Definition
definition |
your Amazon recommendations
- Jahsonic - early adopter products
![]()